In tijden van AI leek mij het boek Slimmer werken met AI van Ethan Mollick waardevol leesvoer. In deze tweede blog over het boek ga ik in op de inzet van AI als collega, prive docent en als co-intelligentie.
AI als collega
Mollick geeft in zijn boek aan dat vrijwel alle menselijke werkzaamheden overlappen met wat AI kan. De functie van docent staat in de top 20 functies die overlappen met AI, maar dat je sommige taken kunt afstoten wil niet zeggen dat je functie verdwijnt. Het is goed om ervoor te waken dat je door te veel op AI te leunen, lui en zorgeloos wordt en vergeet zelf na te denken. Het kan zelfs zijn dat het gebruik van betere AI leidt tot mindere prestaties, omdat je bij minder goede AI kritischer blijft: ‘achter het stuur in slaap vallen’.
De wens is om efficienter te worden en minder saai werk te hoeven doen, maar we moeten hierbij wel de ‘human in the loop’ en waarde van AI in het oog houden. Dat vraagt om een kader met categorieen van werk die meer of minder geschikt zijn voor inzet AI. Mollick geeft zo’n kader:
- taken voor mezelf
- gedelegeerde taken
- geautomatiseerde taken
Maar wees allert dat AI blijft veranderen!
Mollick adviseert het volgende: op dit moment kan een organisatie het meest van AI profiteren door hulp in te schakelen van de meest geavanceerde gebruikers en werknemers aan te moedigen AI te gaan gebruiken. De werknemers met de minste vaardigheden hebben het meest aan AI, neem daarom een zo groot mogelijk deel van je bedrijf op in je AI plannen en sta gebruik AI toe en beloon hen die mogelijkheden ontdekken met AI, en zorg voor de juiste systemen.
Mollick geeft aan dat AI onderpresteerders kan veranderen in overpresteerders en noemt AI de grote gelijkmaker in arbeid. Hij vraagt daarbij aandacht voor de wet van Amara: we hebben de neiging het kortetermijneffect van technologie te overschatten en het langetermijneffect te onderschatten.
AI als privedocent
AI biedt ook kansen voor onderwijs. Hier noemt Mollick het ‘2 sigma problem’ van Benjamin Bloom: individueel onderwijs werkt het beste, en kan eigenlijk niet vervangen worden door een andere vorm. Ook schetst hij dat valsspelen met AI een fluitje van een cent is (AI kan heel goed huiswerk maken, samenvatten en proeftentamens maken). De inzet van AI in onderwijs vraagt om ‘omdenken’. Dit hebben we natuurlijk al eens gedaan met bv. de rekenmachine, maar dat was veel minder omvangrijk. Je kunt het omdenken toepassen door bv. een leerling bewust vals te laten spelen: laat AI je essay schrijven en verbeter deze.
Mollick adviseert om AI te omarmen en les te geven in AI, zodat leerlingen de mogelijkheden leren kennen (AI-geletterdheid). Met AI hebben docenten een tool dichtbij in handen om onderwijs te veranderen. Management moet deze verschuiving wel aansturen door het geven van richting, ruimte en support.
AI als co-intelligentie
Er zijn mensen die beweren dat in tijden van AI kennis minder belangrijk zou zijn. Mollick geeft aan (en ik ben het met hem eens) om als mens nuttig te zijn in een wereld van AI je juist over veel deskundigheid moet beschikken. En dat betekent dat zeker docenten een belangrijke rol hebben. Je hebt inhoudelijke deskundigheid nodig om te leren kritisch te denken en problemen op te lossen, zodat je de output van AI op waarde kunt beoordelen. Slim werken met AI vraagt om een deskundige ‘human in the loop’. Dit vraagt om basiskennis en om ‘bewust oefenen’. Mollick benadrukt dat bewust oefenen essentieel is voor het effectief gebruik van AI in je werk. Door AI strategisch in te zetten en voortdurend te experimenteren, kun je nieuwe perspectieven en oplossingen ontdekken die je anders misschien over het hoofd zou zien.
Lees ook het eerste deel van deze bijdrage, waarin ik in ga op AI en hallucineren en AI en creativiteit.